Homepage
Trainers
Wat is Taekwondo
Info jeugdgroep
Info ouderengroep
Examen
Nieuwe regels taeguk
Taegeuk/Traptechn.
Band strikken
Vakantie/overige
Examens/wedstrijden
Wedstrijden
Adres + route
Contact

 

Nieuwe regels vanaf 1 Januari 2009

Samenvatting afspraken technisch gedeelte stijlvormen:

Doel is om Dan-examen Poomsae binnen Nederland te standaardiseren conform Kukkiwon tekstboek 2006. Hierdoor zal er een uniform beleid ontstaan t.a.v. organisatie en beoordeling van TBN Dan-examens op regionaal en nationaal niveau. Natuurlijk wordt er bij de beoordeling rekening gehouden met de persoonsgebonden uitvoering.

Basistechnieken (aandachtspunten)

                        1. BEGINNEN

 

Chariot (in houding staan):

Wanneer de training start wordt het commando chariot gegeven. Bij chariot gaat men rustig in moa soegi houding staan, en brengt men beide armen parallel tegen het lichaam aan. De handen zijn in een ontspannen vuist gebald tegen het dijbeen (knokkels wijzen opzij).

Gyongree (groeten):

Bij het groeten blijft men in moa soegi staan, en buigt men de romp rustig 45 graden naar voren (wel met de ogen naar de vloer) en komt men rustig en recht weer rechtop. Het hoofd blijft in lijn met het bovenlichaam m.a.w. niet naar voor kijken tijdens het buigen.

Gibon junbi soegi:

Beide armen worden rustig opwaarts gebracht met de palm van de handen naar boven, tot plexushoogte. De handen blijven ongeveer een vuistdikte van het lichaam vandaan. Tijdens dit naar boven brengen verplaatst de linkervoet opzij in naranhi soegi en ademt men in. Breng dan rustig de armen naar beneden (niet in shock beweging), de handen worden in vuisten gebald, de rug van de vuist naar voor. Adem rustig 2/3 uit tijdens deze beweging.

                        2. HAND-ARM

 

Handtechnieken kunnen op verschillende hoogtes worden uitgevoerd en vrijwel altijd beide armen gebruikt worden

Boven blok (Eolgol) start vanaf de heup,

en de afstand tussen de pols en het hoofd is een vuistdikte.

Beneden blok (Arae) start vanaf schouder hoogte,

En de afstand tussen de arm en dijbeen is (duim – pink lengte).

Blok van buiten naar binnen (An) is tot aan het midden van het lichaam.

Blok van binnen naar buiten (Bakat) is tot aan de flank: zijde van lichaam.

Pols bij (b.v. Momtong). De afstand borst en pols is hand dikte.

Blokken op momtong hoogte worden van buiten (de andere arm) uitgevoerd (in tegenstelling tot slagen: deze worden van binnen de andere arm uitgevoerd).

                        3. TRAPTECHNIEKEN

 

Alle trappen o.a. Ap, Dollyo en Yeop chagi moeten uitgevoerd worden tussen de navel en hoofd. BIJ HET UITSTREKKEN VAN HET BEEN MAG DE TRAP EEN FRACTIE VAN EEN SECONDE WORDEN VASTGEHOUDEN, MAAR NIET ZOALS VROEGER HET GEVAL WAS DE TRAP GEHEEL VASTZETTEN.

Uitleg (ap chagi / dollyo chagi):

Op het moment dat je trapt moet de knie omhoog komen en in de richting van je tegenstander wijzen. En op het moment dat de knie tot stilstand komt, komt het onderbeen in actie. Het been dient bij de trap helemaal gestrekt te worden. De voet waarmee je getrapt hebt moet dus weer terug waar het gestart is en naar de vloer. De voet mag echter niet recht naar beneden vallen. De trap wordt uitgevoerd met de bal van de voet (apchuk). Yeop chagi: meskant voet (balnal).

                        4. STANDEN

 

Algemeen:

Het is belangrijk om de nadruk te leggen op de standen, maar natuurlijk ook op lichaamshouding en gewichtsverdeling. Meestal laat men het lichaam ontspannen, om natuurlijke houding aan te nemen en om een correcte lichaamshouding te houden.

 


 

Moa soegi (Gesloten stand)

De voeten worden tegen elkaar geplaatst. Beide benen moeten gestrekt zijn, en het gewicht moet gelijk verdeeld worden.

TOLERANTIES: GEEN

Naranhi soegi (Parallel stand)

Vanuit Moa soegi. Verplaats de linkervoet over een afstand van 1 voetlengte naar links. Beide voeten blijven parallel. Beide benen zijn gestrekt, het gewicht is gelijk verdeeld.

TOLERANTIES: GEEN

Ap soegi (Korte loopstand)

Vanuit Moa soegi. Draai de ene voet (vanaf de hiel) 30˚ naar buiten.

Verplaats de andere voet over de afstand van 1 natuurlijke stap. Beide benen zijn gestrekt, het gewicht is gelijk verdeeld over beide benen. De schouder draait 30˚ naar achter.

TOLERANTIES:

Lengte richting: ½ voet tot voet lengte (teen tot hiel)

Breedte richting: ½ voet in de breedte (naar links of rechts)

Draai van de achterste voet richting: tot 30˚ naar buiten

Ap koebi (Lange of voorwaartse stand)

Vanuit Moa soegi en draai beide voeten (vanaf de hiel) uit elkaar in een hoek van 60˚ naar buiten. Draai de ene voet (vanaf bal) recht naar buiten (vuistdikte), verplaats de voet over de afstand van 1½ natuurlijke stap. De voorste knie is gebogen en achterste been is gestrekt. De gewichtsverdeling is 70% op het voorste been en 30% op het achterste been. De achterste schouder draait 30˚ naar achter.

TOLERANTIES:

Lengte richting: 1½ voet tot 2 voet lengte (teen tot hiel)

Breedte richting: ½ voet in de breedte (naar links of rechts)

Draai beide voeten richting: tot 30˚ naar buiten met 1 voet in de breedte (teen tot teen)

Dwit koebi (Korte stand of achterwaartse)

Vanuit Moa soegi en draai de ene voet 90˚ naar buiten. Verplaats de andere voet over de afstand van 1 natuurlijke stap. Beide knieën gebogen ( lijn oog – knie – tenen). Het gewicht bevindt zich ongeveer 70% op het achterste en 30% op het voorste been. De achterste schouder draait 45˚ naar achter.

TOLERANTIES:

Lengte richting: 1voet tot 1½ voet lengte (hiel tot hiel)

Breedte richting: ½ voet in de breedte (naar links of rechts)

Draai ene voet richting: tot 90˚ naar buiten

Juchum soegi (Paardrijstand)

Vanuit Moa soegi. Verplaats de linkervoet over een afstand van natuurlijke 2 voetlengtes naar links. Beide voeten blijven parallel. Beide benen zijn gebogen ( lijn oog – knie – tenen), het gewicht is gelijk verdeeld.

TOLERANTIE:

Lengte richting: ½ voet in de breedte (naar links of rechts)

Beom soegi (kat stand)

Vanuit Moa soegi. Draai één voet (vanaf de hiel) 30˚ naar buiten.

Verplaats de andere voet één voetlengte naar voren en hou de hiel van de grond. Beide knieën gebogen ( lijn oog – knie – tenen). Het gewicht bevindt zich ongeveer 90% op het achterste en 10% op het voorste been. De achterste schouder draait 30˚ naar achter.

TOLERANTIES: geen

Wen & Oreun soegi (links & rechts hoekstand) (2e stand taegeuk O Yang)

Vanuit Moa soegi en draai de ene voet 90˚ naar buiten. Verplaats de andere voet over de afstand van 1 natuurlijke stap. Beide benen zijn gestrekt, het gewicht is gelijk verdeeld over beide benen. De schouder draait 50˚ naar achter.

TOLERANTIES: geen

Taegeuk / poomse

Naast de specifieke afspraken die we hebben gemaakt over de uitvoering van technieken bij de individuele taegeuk / poomse hebben we in navolging op de vorige bijeenkomst een aantal algemene uitgangspunten vastgesteld:

                        - Tijdens de uitvoering van een traptechniek worden de vuisten voor het lichaam gebracht in gevechtshouding.

 

                        - De uitvoering van een armtechniek ná een traptechniek vindt plaats op hetzelfde moment dat de voet in de juiste stand wordt neergezet. Voorbeeld:

 

taegeuk sa yang: bakat palmok bakat makki - ap chagi – bakat palmok an makki in dwit koobi seogi

poomse Koryo: -hansonnal makki - joomeok pyojeok jireugi - yeop chagi – jeochyo chireugi in ap koobi seogi

Specifieke afspraken individuele taegeuks / poomsae

Taegeuk il jang

                         Heenweg arae makki + baro jireugi: twee afzonderlijke tellen;

                         Bij ap chagi trekken we de vuisten iets in tot voor het lichaam;

                         Startpunt = eindpunt: zetten we in de ap seogi de voeten niet te breed neer, maar de voeten enigszins in het verlengde van elkaar dan eindigen we op het startpunt.

 

Taegeuk I jang

                         Geen specifieke afspraken

 

Taegeuk sam jang

                         Hansonnal mok an chigi: arm dient (nagenoeg) gestrekt te zijn.

Taegeuk sa jang

                         Pyonsonkeut chireugi : vanuit de zij starten, dus na sonnal makki de stekende hand eerst naar de zij terugtrekken.

                         jibipoom mok an chigi: denkbeeldige tegenstander staat recht voor je. Geheel doordraaien naar links niet toegestaan.

                         Na jibipoom mok an chigi wordt ap chagi uitgevoerd. Tijdens de ap chagi vuisten voor het lichaam brengen in gevechtshouding.

                         sonnal deung ap chigi: schouders hoeven niet 100% evenwijdig recht te staan (ivm smallere stand ap koobi seogi). Lichte draaiing van 45 graden toegestaan.

                         Na Jibipoom mok an chigi worden bij de uit voering van ap chagi vuisten iets teruggetrokken voor de borst ( analoog aan Taek Il Jang waar ook stoot volgt ná de apchagi);

                         Uit te voeren stand tussen de beide yeop chagi’s : de lengte van ap seogi aanhouden.

 

Taegeuk o jang

                         Na de eerste beweging (arae makki) geen lostrekkende beweging maken.

                         Me-joomeok nareo chigi wordt (binnendoor) uitgevoerd in oen / oreun pyeoni seogi (voet gedraaid naar de zijkant);

                        Vuist houding tijdens de ap chagi’s op de heenweg: voor de borst (gevechtshouding)

                         Palkoop chigi in ap koobi seogi (na hansonnal makki): schouderhoogte.

                         Palkoop (pyojeok) chigi in ap koobi seogi (na yeop chagi) momtong (solare plexus);

                         Deung joomeok ap chigi (laatste beweging): niet gesprongen naar koa seogi, maar stappen. Beweging uitvoeren en in de stand komen: zelfde moment (voor examen niet van belang).

                         Deung joomeok ap chigi (laatste beweging): koa seogi: rechter voet is 45 graden naar links gedraaid. Lichaam is schuin naar de denkbeeldige tegenstander gericht (45 graden). Linker vuist in de zij.

 

Taegeuk yuk jang

                         Dollyo chagi: gezichtshoogte, bal van de voet, wreef NIET toegestaan;

                         Na dollyo chagi in ap koobi seogi neerzetten;

                         Arae heycho makki: uitvoering 5 à 6 seconden.

 

Taegeuk chill jang

                         Ap chigi opzij (4x) gericht op teok (kin);

                         Palkoop pyojeok chigi: opzij kijken of naar voren kijken. Beide varianten toegestaan.

                         Gawi makki uit te voeren als echte schaarbeweging. Armen kruisen elkaar. Arm raken is toegestaan.

                         Otkoreo makki: indien linker been voor staat is de linker hand onder en wordt deze door de rechter arm ondersteund (deze zit boven de linker arm).

                         Dangyo dubeon jireugi (dubbele opstoot): deze wordt ingezet vanuit de zij (sonnaldeug naar boven, duimen bij het lichaam), vervolgens draaiend vanuit de zij wordt de techniek uitgevoerd;

                         Laatste twee bewegingen: Hansonnal makki – vastpakken van de pols van de denkbeeldige tegenstander – oreun yeop jireugi.

 

Taegeuk pal jang

                         Begin: na de eerste beweging (geodeuro momtong makki) wordt de stootbeweging vanuit de zij uitgevoerd; 

                        Bij beide gesprongen technieken (heenweg: doobaldangsan, terugweg: ap chagi + twio ap chagi): de totale lichaamsverplaatsing naar voren is ongeveer één looppas. Dus geen sprong naar voren.

                         Opwaartse vuiststoot (dangyo teok jireugi) langs het lichaam verticaal op de kin, uitvoering ongeveer 5-8 seconden. Contra-vuist op schouderhoogte.

                         Palkoop chigi: schouderhoogte.

 

Poomsae Koryo

 Begin en einde van poomse Koreo: Giboon Joonbi tongmilgi

                         Kaljebi (aanval op luchtwegen): keelhoogte.

                         Vuistslag in de handpalm (pyojeok chigi): na de uitvoering van hansonnal makki alleen de hand omdraaien, niet de gehele onderarm.

                         Cirkelbeweging (mejoomeok pyojeok chigi): eerst de voeten aansluiten (moa seogi) vóórdat de beweging wordt uitgevoerd. einde van de beweging geen kracht zetten tijdsduur in seconden : PM

 

Nog te beslissen: Cirkelbeweging (mejoomeok pyojeok chigi): tijdsduur in seconden.

Poomsae Keumgang

                         Haktari seogi: binnenkant van de voet raakt het standbeen net onder de knie;

                         Keumgang arae makki (in Haktari seogi):

                        - uitvoeringsduur 6 – 8 seconden

                        - de eerste uitvoering van de techniek en de uitvoeringen vanuit de hoeken (na het omdraaien vanuit de santeul makki): naar voren kijken en het gezicht langzaam opzij draaien zodra de arm voor het gezicht komt. Bij de uitvoering van de techniek die op één lijn wordt uitgevoerd: direkt al opzij kijken.

 

Recapitulerend:

1e keumgang makki: naar voren kijken, daarna langzaam opzij draaien.

2e keumgang makki: naar voren kijken, daarna langzaam opzij draaien.

3e keumgang makki: direkt al opzij kijken.

4e keumgang makki: naar voren kijken, daarna langzaam opzij draaien.

                         Zijwaartse stoot in Joochoom seogi (Keundol cheogi): bij de 360 graden draaiingen moet het lichaam op gelijke hoogte blijven.

 

 

 

Taegeuk - Poomse

 

In de meeste vechtsporten kent men stijlfiguren die volgens een vast patroon moeten worden gelopen. Ook in het Taekwondo kent men deze stijlfiguren waartoe o.m. de Taegeuk en Poomse behoren.
De Taegeuk en Poomse zijn stijlfiguren die zijn samengesteld uit de basisbewegingen van het Taekwondo. De meeste zijn gebaseerd op de aanvals- en/of verdedigingstechnieken, welke zijn geplaatst in een vaste en logische volgorde.
De stijlfiguren geven de Taekwondo-beoefenaar de kans alle basistechnieken in serie door te nemen en verder te ontwikkelen. Tevens kan men door stijlfiguren de handelbaarheid van de verschillende technieken in de praktijk bewijzen, een juiste ademhalingstechniek oefenen en een goed ritmegevoel krijgen.
Het kan worden gezien als een gevecht tegen denkbeeldige tegenstanders. In een vooraf bepaalde vorm, in verschillende richtingen, worden alle mogelijke aanvals- en verdedigingstechnieken uitgevoerd.
Bij de uitvoering van de Taegeuk en Poomsees dient aandacht besteed te worden aan de volgende punten:

1) Men moet op dezelfde plaats eindigen als werd begonnen.
2) Men moet een juiste houding tonen en vooral een beeldend karakter laten zien. Bij examens blijkt zeer vaak dat kandidaten geen enkele weet hebben wat de achtergrond is van een bepaalde techniek of wat het doel van de kihap is. Veel technieken worden uitgevoerd zonder enige richting, kracht of gerichte spierspanning.
3) Men dient de spieren op het juiste moment aan te spannen of te ontspannen. Iedere techniek van een slag, stoot of trap dient te worden uitgevoerd tijdens een kort spanningsmoment van het lichaam. Men voert de poomse niet correct uit indien men tijdens de gehele oefening een brok spierspanning is of dat men de oefening uitvoert als een 'slappe vaatdoek'.
4) Iedere beweging moet gebaseerd zijn op een goede ritmiek, die zonder stroefheid wordt uitgevoerd. Houterige en stoterige bewegingen komen rommelig over. Het gaat dan niet vloeiend.
5) Bij enkele stijlfiguren dienen de technieken vertraagd en/of versneld te worden uitgevoerd. Dit dient te gebeuren met grote precisie.
6) Men dient de achtergrond van iedere beweging te kennen.
7) In de uitvoering moet een bepaalde realiteit naar voren komen. De Poomse kan immers gezien worden als een soort van gevecht tegen een denkbeeldige tegenstander.
8) Alle technieken dienen zowel rechts als links te kunnen worden uitgevoerd.
9) Tijdens de uitvoering dient men recht vooruit te kijken en dient iedere techniek gepaard te gaan met een goede ademhalingstechniek

 

In totaal zijn er 17 Taegeuks/Poomsees.

T.C.W. wordt gesponsord door van Wijlen | www.wijlen.nl